Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Worden in 2022 ook de niet-erkende specialisaties in IFIC gecompenseerd?

De uitrol van IFIC verliep niet geheel rimpelloos. Het is de vraag of IFIC na de tweede fase voortaan zijn ambities waar maakt en alle verpleegkundigen dezelfde loonvoorwaarden krijgen.
ific
De BBT’s en BBK’s mogen een bijkomende enveloppe verwachten ter waarde van 43 miljoen euro. (Foto: Ibrahim Boran)

Bij de eerste bescheiden implementatie van IFIC in 2018 en de tweede fase in 2021 werd al snel duidelijk dat niet alle (sub)groepen dezelfde loonstijging mochten verwachten. Ook werd een aantal specialisaties niet of nauwelijks gevaloriseerd. Perfusionisten kregen bijvoorbeeld geen erkenning als specialisatie, met het gevaar dat dergelijke specialismen in de toekomst aan populariteit kunnen inboeten.

Enveloppe van 43 miljoen

Alle bestaande anomalieën werden in 2021 in kaart gebracht en in september aan het kabinet Vandenbroucke overhandigd. Twee taskforces om de zorgfuncties uit te werken zagen het licht: één voor de basisverpleegkunde en één voor de meer gespecialiseerde opleidingen. Aansluitend bleef het dossier zes maanden lang in de koelkast liggen. 

Erkende specialisaties zullen 43 miljoen euro krijgen in de vorm van een extra enveloppe

Ten lange leste voerde minister Vandenbroucke de forcing: eind januari werd taskforce 1 afgeklopt, voor de tweede vond men voorlopig geen consensus. Concreet: alle verpleegkundigen met een erkende specialisatie krijgen 43 miljoen euro in de vorm van een extra enveloppe. 

Bij de BBT – oncologie, geriatrie, pediatrie-neonatologie, psychiatrie, spoed-intensieve zorgen, en peri-operatieve zorgen – gaat het om 2.500 euro bruto extra op jaarbasis. Bij de BBK – geestelijke gezondheidszorg en psychiatrie, geriatrie, diabetologie en palliatieve zorg – om 833 euro bruto extra. Het KB daarover krijgt vermoedelijk dit voorjaar zijn beslag, waarna de premies vanaf 1 januari 2022 met terugwerkende kracht zullen worden uitgekeerd.

Afgeschafte premies

Dat de specialisaties bij verpleegkundigen in de nieuwe barema’s niet of nauwelijks werden gehonoreerd, stuitte van bij het begin op heel wat kritiek. De bestaande premies aan verpleegkundigen met een BBT en BBK schafte IFIC immers simpelweg af. 

Wil jij niets meer missen van Nursing Vlaanderen?

Schrijf je dan in voor onze gratis Nursing Vlaanderen nieuwsbrief en ontvang elke twee weken onze beste artikelen in jouw mailbox!
Inschrijven

Maar waarom nog specialiseren voor bijvoorbeeld spoed of intensieve zorgen, met alle werkdruk en verantwoordelijkheden van dien, zonder een extra financiële stimulans? En dat terwijl in bepaalde sectoren de zorg niet langer door de juiste gespecialiseerde profielen kan worden uitgevoerd omdat er een personeelstekort is. 

In de kou

Nochtans was de opzet van IFIC duidelijk: een betere rangschikking van de werksituatie op basis van competenties en ervaring en niet langer op grond van diploma’s. Plus een hedendaags loonsysteem met transparante en marktconforme barema’s. 

In het ideale scenario hield dit voor elke verpleegkundige een loonsverhoging in, de realiteit draaide anders uit. Ook al hapte 87% van alle verpleegkundigen toe, toch nam de overblijvende 13% een afwachtende houding aan of bleef simpelweg in de kou staan.

‘Er bereikten ons al langer frustraties over de gehanteerde barema’s en over het feit dat het IFIC-verhaal te weinig erkenning bood voor de job in het algemeen en de specialisaties in het bijzonder’, vertelt AUVB-coördinator Wouter Decat. ‘Wanneer je kijkt naar wat een bachelor in de chemische of IT-sector verdient, was een forse inhaalbeweging zeker op zijn plaats.’

Toch is een hoger salaris maar een deel van het verhaal, stelt Decat. ‘Het is zeker niet de enige motivator. Ook het gebrek aan omkadering, de toenemende werkdruk en het personeelstekort spelen de verpleegkundigen steeds vaker parten.’ 

Kritiek op IFIC

Dat de pijnpunten binnen IFIC al zo lang bestaan, hangt zeker samen met de complexiteit van het verhaal. De Federale Raad voor Verpleegkunde deed al een voorstel voor meer duidelijkheid over wie wat doet binnen de verpleegkundige zorg. 

Door de complexiteit van het verhaal slepen de pijnpunten binnen IFIC zo lang aan

Het spectrum is immers breed: van zorgkundigen, hbo5-opgeleide verpleegkundigen en mensen met een bachelor of een master tot verpleegkundige specialisten die zich toespitsen op een specifiek domein. Allen dragen ze een witte schort, allemaal voeren ze andere activiteiten uit. De Federale Raad ontwikkelde een zorgladder – een functiemodel voor de verpleegkundige zorg van de toekomst, die een correcte basis voor verloning had kunnen zijn, maar IFIC volgde niet.

Daarnaast focust IFIC te veel op de plaats van tewerkstelling, vinden beroepsverenigingen in de zorg. Bijvoorbeeld: elke verpleegkundige werkzaam in een operatiezaal wordt ingeschaald op niveau 15. Een hbo5-verpleegkundige met niveau 14 wordt dus gelijkgeschakeld met niveau 15, terwijl een bachelor met een specialisatie voor diezelfde operatiezaal ook op dat niveau belandt, zonder zijn specialisatie gehonoreerd te zien. 

Hetzelfde verhaal bij de verpleegkundige handelingen, zegt Decat van de AUVB. ‘Zelfs al presteren een gegradueerde en een bachelor die insuline toedienen precies hetzelfde, de interpretatie is verschillend. Door het verschil in opleiding zit de klinische reflex om in elke situatie de juiste dosis te geven en een correcte medische inschatting te maken bij de bachelors meer ingebakken, terwijl de beroepsopleiding vooral bekwaamt in een correcte uitvoering.’ In beide gevallen exact dezelfde actie, maar de inschatting – en dus de verantwoordelijkheid – calculeert IFIC niet mee.

Wat nu?

Ondanks de bijkomende enveloppe blijven nog heel wat vragen onbeantwoord. Zo vraagt de AUVB-coördinator zich af wat er zal gebeuren met de specialisaties die nog altijd niet erkend worden. En wat met de anciënniteit?

Want dankzij IFIC beginnen starters met een hogere aanvangswedde, maar de loonstijging vlakt af naarmate de anciënniteit vordert. Waardoor vermoedelijk niet alle functies op het einde van hun loopbaan een hogere wedde overhouden, aldus Decat. 

Een andere belangrijke kwestie is ‘de verpleegkundige van de toekomst’. Decat: ‘Het is de vraag hoe de komende jaren de hernieuwde basisopleiding, de bijkomende specialisaties en de Europese richtlijnen coherent in de barema’s zullen doorsijpelen, terwijl IFIC blijft staan als een samenhangend loonhuis.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.