Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Student Corner: ‘Oogcontact maken met afasiepatiënten is superbelangrijk’

Welke communicatieve hulpmiddelen kunnen verpleegkundigen gebruiken om volwassen patiënten met afasie na een NAH beter te begrijpen? Kjenta Bal onderzocht het voor haar bachelorproef.
Kjenta Bal afasie verpleegkunde
Kjenta Bal: ‘De SCA-methode werkt het beste. Die bestaat uit het inzetten van hulpmiddelen, zoals een pocketboekje waar je trefwoorden op kunt schrijven en kunt laten zien.’

Wat was de aanleiding voor je onderzoek?

‘Op de afdeling neurologie waar ik werk, merkte ik dat afasiepatiënten niet altijd goed en gemakkelijk worden benaderd qua communicatie. Zowel niet door verpleegkundigen, zorgkundigen als mijzelf. Dat zette mij aan het denken, want als je niet goed kan communiceren met je patiënten, kun je ook geen optimale zorg geven. Ik vond ook dat er te weinig informatie was over welke communicatieve middelen je kunt inzetten als gewoon praten niet meer goed lukt.’

Wat maakt communicatie moeilijk met deze patiënten?

‘Dat is voor elke patiënt anders, want je kan afasie hebben op zowel het vlak van begrijpen, schrijven als praten. En heel soms zelfs op alle drie de vlakken tegelijkertijd. Daarom is het ook belangrijk dat je meteen vanaf het eerste contact nagaat op welke manier patiënten je wél nog kunnen begrijpen en vice versa. Lichaamstaal is hier erg belangrijk. Zo kun je veel aflezen aan de mimiek, bijvoorbeeld wanneer je patiënt zijn gezicht fronst of grote ogen opzet. Maar ook uit een open of juist gesloten houding kun je veel opmaken. Bijvoorbeeld of iemand angstig of achterdochtig is.’ 

Wil jij niets meer missen van Nursing Vlaanderen?

Volg ons nu ook op Facebook, Instagram en LinkedIn.

Hoe begin je aan communicatie met een nieuwe patiënt?

‘Vooral door eerst gewoon te kijken als je bij de patiënt de kamer binnenkomt en let op hoe hij reageert. Of hij alert is en bijvoorbeeld op zijn telefoon zit, of dat hij staart naar niets en in zijn eigen wereld zit. Dan ga je met korte zinnetjes of woordjes proberen te achterhalen wat zijn probleem is of waar hij nood aan heeft. En zo ga je dat verder onderzoeken met behulp van plaatjes, tekeningen of aanwijsbordjes. Stel de patiënt ook gerust. Leg uit dat hij in goede handen is. Begrijpt de patiënt je niet met woorden, dan kun je ook gewoon zijn hand vasthouden en laten merken dat je er voor hem bent.’

Wat kon je concluderen op basis van de literatuur die je bestudeerde?

‘Enerzijds dat communicatieproblemen tussen afasiepatiënten en zorgverleners ernstige gevolgen kan hebben. Als de therapie niet goed kan worden overgebracht aan de patiënt, zal de revalidatie bijvoorbeeld vaak slechter vooruitgaan. Anderzijds bleek dat van de bestaande ontwikkelde communicatiemethodes, de SCA-methode het beste werkte. Deze methode bestaat uit het inzetten van hulpmiddelen zoals een pocketboekje dat je als verpleegkundige altijd in je broekzak bij je hebt waar je trefwoorden op kunt schrijven, zoals ‘ja’ of ‘nee’ en die je aan je patiënt kunt laten zien.’

Hoe kun je als verpleegkundige daar in de praktijk mee werken?

‘Het is vooral belangrijk om te weten welke methode of plaatjesondersteuning er binnen jouw ziekenhuis is én waar je die kunt vinden. Alleen ligt zo’n toolkit niet standaard op een afdeling, al hebben logopedisten die wel bijna altijd bij de hand. Het zijn ook de logopedisten die altijd op de eerste dag van opname langsgaan bij een afasiepatiënt. Daarom kunnen zij ook een ondersteunende rol spelen in die betere communicatie. Bijvoorbeeld door advies op maat te geven aan verpleegkundigen en hen van plaatjes- of schrijfondersteuning te voorzien.’

Welke praktische aanbevelingen kun je verpleegkundigen meegeven om beter met afasiepatiënten te communiceren?

‘Oogcontact maken is superbelangrijk. Daarmee laat je aan de patiënt merken dat hij waardevol voor je is. Contact opnemen met de logopedist voor meer communicatieondersteuning is ook aan te bevelen. Maar je kunt zelf ook creatief zijn. Soms heb je al genoeg aan een blad papier waar je iets op tekent, schrijft of trefwoorden noteert zoals ‘koffie’, ‘thee, ‘toilet’ of ‘ja’ of ‘nee’. Laat ook een schriftje achter bij de patiënt zodat hij zelf iets kan noteren. En heb vooral veel geduld. Laat iemand die stottert bijvoorbeeld uitpraten zonder zijn woorden aan te vullen. Anders bestaat de kans dat je patiënt zich niet serieus genomen voelt en gefrustreerd wordt.’

Onderzoeksvraag: ‘Welke communicatieve hulpmiddelen kunnen verpleegkundigen gebruiken om volwassen patiënten met afasie na een NAH beter te begrijpen?’

Opleiding: Bacheloropleiding Verpleegkunde, Thomas More Hogeschool Mechelen

Onderzoek afgerond: Februari 2022

Het onderzoek is verricht door: Kjenta Bal (23) die in februari 2022 afstudeerde en als verpleegkundige werkt op de dienst gastro-enterologie en neurologie van een algemeen ziekenhuis. 

In deze rubriek bespreken studenten verpleegkunde hun eind- of bachelorproef. Ze leren onderzoek doen naar vaak praktische, klinische onzekerheden; het is zonde om de uitkomsten niet met elkaar te delen.

Wil jij ook vertellen over je eind- of bachelorproef? Mail dan het onderzoek en de beoordeling naar redactie@nursing.be. Wij nemen contact met je op.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.