Of het druk is bij ons. Ik weet wel waarom ze dit vraagt. Ik weet hoe het er op haar dienst aan toe gaat: altijd druk en hectisch. ‘Ja’, antwoord ik waarheidsgetrouw. Ik zie een wenkbrauw de hoogte in gaan en ze gnuift.
Op onze palliatieve afdeling kunnen er maximaal vijf patiënten worden opgenomen. Op zowat elke andere afdeling ligt een veelvoud hiervan. Wie een beetje kan rekenen, meent te weten dat het bij ons minder druk is dan bij hen.
Vijf is toch niks? Toegegeven, op elke andere afdeling zou dit een grote luxe zijn.
Ik weet ondertussen beter: dat is gewoon druk. Even druk als op een andere afdeling waar tot dertig patiënten kunnen liggen. Om de eenvoudige reden dat wij het tempo en het ritme niet kunnen, willen en mogen bepalen. Wij passen ons aan aan de zorgvragers, niet omgekeerd.
Het is onmogelijk om in een palliatieve setting een bedbad te geven in een tiental minuten. Zoiets duurt bij ons minstens een halfuur. Wie een beetje kan rekenen, beseft dat je met vijf zorgvragers al gauw zo’n twee uur bezig bent met het geven van bedbaden. Tel daar de patiënten bij die te eten moeten krijgen, er familie is om op te vangen, er overlijdt iemand… Dan is het simpel: druk. Zonder meer.
Oordelen en vooroordelen hebben is zo makkelijk. Het is een vervelend cliché, maar wel de waarheid: het gras lijkt altijd groener aan de overkant en al zeker als er aan die overkant niet meer dan vijf patiënten kunnen liggen. Ik geef het toe: vroeger maakte ik me er soms ook schuldig aan. Omdat ik geen zicht had op de werking van een andere dienst. Het leek alleen bij ons druk en nergens anders. En juist daar wringt het schoentje: we weten niet hoe het is op een andere afdeling. Omdat we daar niet werken, en het reilen en zeilen ervan niet kennen. Alleen wanneer je in andermans schoenen hebt gestaan, komt dat besef. Soms lijkt het erop dat we ons niet meer kunnen inleven in de situatie van collega’s. Het voelt alsof we niet meer willen weten hoe het er op een andere dienst aan kan toegaan. En toch. Omdat de zorg kraakt, er overal tekorten zijn en verpleegkundigen steeds vaker uitvallen door de werkdruk, zouden we wat meer op figuurlijke kousenvoeten naar het werk kunnen gaan. En oprecht vragen hoe het met iemand gaat, zonder de wenkbrauwen te fronsen bij een antwoord dat we niet meteen hadden verwacht. Het gras is niet groener aan de overkant. Het groeit naargelang je daar zelf zorg voor draagt.