Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

Blog Tineke: ‘Moet ik dan maar zitten, zwijgen en aanhoren?’

In de thuisverpleging is het contact met elke patiënt anders. En soms is het ook even slikken, blijkt uit het verhaal van Tineke.
blog tineke verbanddoos
Thuisverpleegkundige Tineke wordt tijdens haar ronde geconfronteerd met zwart-wit denken. (Foto: Canva)

De deur staat open -zo gaat dat in de thuisverpleging- maar ik klop nog even en zeg luid ‘goedenavond’. Ik hoor het antwoord weerklinken in de living. Meneer botst bijna op mij met het slaapkleed van zijn echtgenote in de hand. Alles wijst erop dat dit een gewoon, alledaags bezoek zal zijn. Little did I know…

Meneer heeft compressiekousen aan die wij dagelijks aan- en uittrekken. Sinds kort heeft hij ook een skintear. Als mobiele equipe moet ik eerst nog even spieken naar de zorginstructies. Ik bekijk de verbanddoos die hij me aanwijst. Een rommeltje en een allegaartje van tape, windels, zalfjes, kompressen.

Een doos in een doos. Oude papiertjes. Ik moet toch even graaien en zoeken. Dat is op zich niet vreemd aan de thuiszorg. Bij chronische wondzorg vragen wij wel aan de patiënt om een tafeltje te voorzien waar we alles kunnen klaarleggen. Bij een ad hoc wonde ligt dat natuurlijk anders.

En dan zegt meneer: ‘Ja, dat zwartje heeft dat waarschijnlijk niet goed gelegd.’ Mijn voelsprieten staan omhoog. Ik vraag of ‘zij’ een naam heeft. Waarop de man antwoordt: ‘Ben jij er zo eentje, misschien?’. Ik antwoord dat, als ik binnenkom, hij me toch ook aanspreekt met mijn naam en niet met ‘witje’. Waarop de patiënt: ‘Jij bent enig kind, zeker? Jij werd waarschijnlijk niet veel geplaagd.’

Nu voel ik het innerlijk borrelen. Ik voel een mengeling van verontwaardiging, boosheid en verbazing. Ik wil de zaken niet opblazen, noch negeren, dus ik zeg dat we mekaar met de voornaam kunnen aanspreken. Hierna ga ik meteen over op het gesprek over de wondzorg en vermeld dat de isobetadinezalf bijna op is, om hem geen forum meer te geven.

Als ik nadien terug in de lift sta, bekijk ik de zorgplanning om te weten wie er de voorbije dagen de zorg uitoefende. Eva*. Ik zoek voor alle zekerheid haar foto op, want als mobiele equipe ken ik vooral de stem van collega’s omdat we hoofdzakelijk telefonisch contact hebben. Mijn ogen zijn groot. Om de man toch het voordeel van de twijfel te gunnen, ga ik op zoek naar de planning van mijn collega die wel van kleur is.

Nope. Er is daar niemand van kleur geweest. Intussen zit ik in mijn auto. Behoorlijk boos. In mijn hoofd flakkert een discussie op.

‘Ja maar, die man is al 90, en je moet zijn reactie een beetje kaderen.’

‘Niets van, je mag gerust zeggen dat dit niet oké is, anders bestendig je het systeemracisme’.

‘Moet jij dan het gevecht van anderen voeren? Ga jij dan pretenderen dat je weet wat het is?’

‘Neen, maar moet ik dan maar zitten, zwijgen en aanhoren? Nee, toch!?’

Nee, toch?

*De namen in deze blog worden vervangen door fictieve namen.

Thuisverpleegkundige Tineke doet tijdens haar ronde heel wat indrukken, ervaringen en inzichten op. Deze deelt zij met Nursing Vlaanderen in deze blog. Verder kennismaken met Tineke? Lees hier haar verhaal.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.